A story of Berlin told by the city's public space: a journey over Unter den Linden and through Tiergarten, across east- and west, over Chamisso- and Leninplatz, during the Kaiser- and Nazi-era. Photos, films, songs and poems will be your guide while travelling the Berliner Bürgersteig in past and present to become flâneur in this Großstadt.
Weihnachtsfroh
Het wordt de eerste keer, hier in Berlijn. Niet lekker zacht, zoals in Nederland, met als het even mee zit wat natte sneeuw. Vergeet het maar. Bikkelhard schijnt hij in Berlijn te zijn. Niet voor niets wordt er vanaf het vallen van de eerste herfstbladeren enkel op fluistertoon over gepraat. De Berlijnse winter komt er aan. Lees mijn gastbijdrage over de Berlijnse kerstmarkten op Vincent Kompier’s Berlijn Blog Om Weihnachtsfroh als podcast te beluisteren, klik hier.
Zinefest
Soms zie je door de creatievelingen het bos niet meer. Of in dit geval Berlijn. Zelfs als je nog nooit een stap in een galerie of museum hebt gezet, ontkom je er niet aan. De creatieve klasse manifesteert zichzelf in posters en plakkaten vol visueel spektakel en spitsvondige (on-)dubbelzinnigheden. Zelfs als er eens een keertje geen tentoonstelling of performance staat gepland, struikel je op straat over de street-art. Als a-creatieveling, hoor je er dan ook eigenlijk niet helemaal bij, in Berlijn. Lees mijn gastbijdrage op Vincent Kompier’s Berlijn Blog
Katers
Bij de verlaten ingang, bedacht ik me wel twee keer voordat ik aarzelend naar binnen ging. Zo had ik de Kater Holzig nog nooit gezien. Er was geen rij, er was helemaal niemand. Zelfs geen verdwaalde feestgangers. Lees mijn gastbijdrage op Vincent Kompier’s Website
Flaneren door Nothingness: Berlijns’ openbare ruimten vanuit hedendaags perspectief is de volledige titel van mijn scriptie. Drie dagen voordat ik officieel zou afstuderen, bracht een Italiaanse vriend en filmmaker,Gabriele Nugara me op het idee een ’trailer’ te maken voor mijn Masterthesis. Beiden trokken we er op uit, gewapend met een filmcamera, terwijl we flaneerden door het Berlijn van nu. We filmden ‘ons Berlijn’, met de historische openbare ruimten, zoals ik die in mijn scriptie heb behandeld, in ons achterhoofd. In onmogelijk korte tijd componeerde Gabriele een hedendaagse verbeelding van deze bijzondere stad, en zo zorgde hij voor een eigentijdse toevoeging aan mijn verhaal. De muziek is van Agaric.
Op de bovenste foto, zien we hoe een vrouw een Dolchangriff afweert tijdens de Turn- und Sportwoche van 1924. De Lustgarten, tevens de plek waar de 1 mei demonstraties plaatsvonden en waar politieke partijen zich manifesteerden (en waar ook, de grote massabijeenkomsten van de nazi-partij plaatsvonden tussen 1933 en 1945) bood tijdens deze manifestatie ruimte aan de vechtsporten Jiu-Jitsu en boxen. Begin twintigste eeuw zouden gezondheid en sport steeds belangrijker worden, en daarmee zouden zij vanzelfsprekend ook een belangrijke plek in de openbare ruimte veroveren. Niet alleen werden de Schmuckplatzen (sierpleinen) vergroend en van recreatieve functies voorzien (zoals een speelveldje of een spettervijver), ook werden er meer parken aangelegd. Hierin vonden bijvoorbeeld de Gesundheitswochen plaats, waarin de Heilfaktoren Licht, Luft, und Sonne werden getoond.
In het onderzoek naar de openbare ruimte kan fotomateriaal niet ontbreken. Voor mijn scriptie heb ik urenlang gebladerd door het fotobestand van hetBundesarchiv leverde niet alleen komisch of bijzonder beeldmateriaal op, het verschafte bovendien veel inzicht in het zeer veelzijdige gebruik van de openbare ruimte. In de (architectuur)historische handboeken lees je over hoe de verschillende pleinen en straten tot stand zijn gekomen, maar weinig over wat daarna gebeurde: over hoe het straatbeeld eruit zag en veranderde. Dit hangt nauw samen met de mensen (en hun uiterlijk) en hun activiteiten. Een foto is echter nooit een eenduidige, objectieve weergave van de ‘realiteit’, maar toont juist dat de ‘realiteit’ vele verschillende waarheden en werkelijkheden kan bevatten.
Marxengelsplatz
Auf der vierundzwanzigstöckigen Tribüne
Die aus dem Holz zweier mittlerer Wälder errichtet wurde
Hat sich am Morgen des 1. Mai
Das Volk versammelt. Um 10 beginnt die Demonstration
Marschieren die Mietglieder und Kandidaten
Des Politbüros, gefolgt von der Regierung
An der dreigunderttausendköpfigen Menge vorüber.
Jubel kommt auf: der Minister
Für nationale Verteidigung übt sich im Stechschritt!
Um 10 Uhr 2 verkündet ein Lautsprecher:
Die Demonstration ist beendet.
Kurt Bartsch, Kafka lässt sich grüßen, 1979.
Zoals het onderste schilderij van Johann Erdmann Hummel uit 1831 heel letterlijk toont (door de weerspiegeling van de Berlijners in de granieten schaal die de Lustgarten siert), kunnen ook kunstwerken een representatie geven van de stad, van de tijd en de maatschappelijke omstandigheden waarin zij tot stand zijn gekomen. Met name in Deel 1 van mijn scriptie, waar de oorsprong van verschillende plekken wordt behandeld in een tijd waarin men nog niet fotografie beschikte, zijn tekeningen en schilderijen belangrijk om een beeld te kunnen vormen over hoe de openbare ruimte eruit zag, maar ook hoe en door wie zij gebruikt werd.
Untern Linden prominier’ ich immer gern vorbei
Ach ist die Passage schwierig und die Schubserei
Auf’ne Kilometerlänge siehst du nichts als Menschenmenge
und inmitten hält beritten stolz die Polizei
Menschen siehst du dort un aus den fernsten Orten,
Hamburg, Köln, und auch von Wien und auch mal einen aus Berlin
Doch das allernetzte, süßeste, koketteste
in dem Rahmen sind die Damen die vorüber ziehen
Untern Linden, Untern Linden,
gehn spaziern die Mägdelein,
wenn du Lust hast anzubinden,
dann spaziere hinterdrein
Het frivole, lichtzinnige beeld van Berlijns Prachtstraße dat Marlene Dietrich bezingt in ‘Untern Linden’ zou symbool kunnen staan voor het Berlijn in de twintiger jaren van de twintigste eeuw. De ‘Linden’ is niet langer een afstandelijke flaneerboulevard, maar een inkoopstraat waar je alles kunt krijgen: van goud tot de vleselijke koopwaar van de Koketten. In deze ‘schlager’ zijn het bovendien niet die de Berlijners die de straat bevolken, op ééntje na, maar de toeristen uit de ‘fernsten Orten’.
Vanaf het midden van de negentiende eeuw ontwikkelde Berlijn zich van Residenzstadt tot industriecentrum. In rap tempo drong de modernisering door in de stad, in de vorm van de spoorbaan, verlichting, de telegraaf en de telefoon. De vooruitgang hinderde zich niet door “enige ballast van traditie”. Berlijn werd zelfs zo modern, dat cultuurfilosoof Walter Benjamin (1892-1940) zich er niet meer thuisvoelde en zijn heil zocht in Parijs: “Noisy, mater-of-fact Berlin” was in zijn ogen enkel nog “the city of work and the metropolis of business”.
Ansichtkaarten
Aan de donkerblauwe hemel schittert de ster van Mercedez-Benz boven op wat in 1965 het hoogste gebouw van West-Berlijn was: het Europa-center. 86 meter lager, op straatniveau, doen bontgekleurde neonletters en fel verlichte etalages een dynamisch stadsleven vermoeden. De ansichtkaart van de City-West, zoals het gebied rondom Kurfürstendamm, Breitscheidplatz en Bahnhof Zoölogischer Garten, vanaf de jaren zestig werd genoemd, geeft een beeld van West-Berlijn als opwindende metropool, waar het ook ‘s nachts bruiste en gonsde. Dit was het Schaufenster des Westens; het symbool van het West-Duitse Wirtschaftswunder en de opkomende 24-uurs economie.
Net als foto’s en schilderijen, zijn ook ansichtkaarten onmisbaar in het onderzoek naar de stad. Zij onthullen veel over welk beeld een stad (of haar bestuurders) wil uitstralen, over Citymarketing en over stedelijke identiteiten. Bovenstaande ansichtkaarten tonen dat zowel West als Oost het beeld van de moderne stad nastreefden. Met als wezenlijk verschil natuurlijk dat er op de ansichtkaart van Oost-Berlijn geen commercieel centrum, maar het Palast der Republik, de plek waar de Volkskammer zetelde en waar het volk elkaar kon ontmoeten, als stadshart is afgebeeld.
Tief ausgeschnabte lange Gräben,
In die kaum Sonnenlicht fällt,
Das sind die Straßen von Kreuzberg.
Dicke Frauen
Mit blauen aufgeplatzten Krampfadern,
Gemüsekörbe schleppend,
Tagaus tangeln unterwegs.
Ein Besoffener schreit, zwei Kinder lachen,
Drei Türken spucken auf den Gehsteig.
Der freien Marktwirtschaft
Fiel vor Zeiten die Freiheit zum Opfer
In einer Hölle aus Zahnrädern, Stechuhren, Flie ßbändern.
In diese Straßen
Leben die Leute mit einem Kapital gleich Null,
Ihr Schweigen ist durchsichtig
Wie Glas, wenn sie
Das verdammte Dasein
Mit Alkohol herunterspülen.
Aras Ören, ‘Die Straßen von Kreuzberg’, 1970.
In het bovenstaande gedicht van de Turkse schrijver Aras Ören, wordt de troosteloze en uitzichtloze situatie in de straten van Kreuzberg in de jaren zestig en zeventig beschreven/ In 1968 naar Berlijn verhuisd, staat zijn hele oeuvre in het teken van een immigrantenleven in de Großstadt. ’ Little-Istanbul’ werd Lreizberg ook wel genoemd, door het grote aantal immigranten dat hier vanaf de jaren zestig vaak gedwongen terecht kwam. Naast de sociale problemen die in deze context ontstonden, veranderde de toestroom van immigranten ook het straatbeeld. Er kwamen meer oriëntaalse winkels en dönerzaken; en ook rook het anders op straat.
“Die Naunynstrasse fühlt sich mit Thymianduft, mit sehnsucht und Hoffnung”, zo schrijft Ören in 1973, “aber auch mit Haß”[haat]”. Dit laatste werd ook uitgelokt door de slechte woonomstandigheden waarin de nieuwkomers zich bevonden. De immigranten, die vaak alleen de laagste huren konden betalen, kwamen namelijk terecht in de ‘Warteblöcke’; daar waar de sanering nog op zich liet wachten, maar waar het verval en verwaarlozing het grootste was.
Berlin: Hauptstadt der DDR: Ein Reiseverführer (1987)
In the literary travel guide Berlin: Hauptstadt der DDR: Ein Reiseverführer (1987) an image of Berlin is painted as if it were a city like any other. A city of normal people, who lived in Pankow, worked ‘everywhere’, and walked on Unter den Linden, did their groceries on Schönhauser Allee and danced at Alexanderplatz. Berlin was a place where children looked up in admiration to the statue of Marx and Engels, that once stood on the Marx-Engels Forum (now: Am Marienkirche), and played around and climbed up against that of Käthe Kollwitz (on Kollwitzplatz).
But the Wall is not mentioned in this guide. The function of this Reiseverführer was not so much providing practical information, but more on heralding on the qualities of the socialist capital. It gives an interesting insight in how the DDR-citizens and officials looked at their city, their part of Berlin, and how they represented this in text and images. Travel guides, combining these two, are therefore vital sources in the presentday research into the city.
***
In de literaire reisgids Berlin: Hauptstadt der DDR: Ein Reiseverführer (1987) wordt een beeld geschetst van Berlijn als een stad als elke andere. Een stad die bestond uti gewone mensen, die in Pankow woonden, ‘overal’ werkten, op Unter den Linden wandelden, in de Schönhauser Allee hun inkopen deden en op Alexanderplatz dansten. Een plek waar kinderen vol bewondering naar het beeld van Marx en Engels (op het Marx-Engels Forum) opkeken, en op dat van Käthe Kollwitz (op Kollwitzplatz) klommen en speelden.
Met geen woord wordt er over de Muur gerept. Het zelfde lot was de ‘westkant’ van de stad beschoren. De Reiseverführer is dan ook niet zozeer een reisgids, als wel een lofzang op de socialistische hoofdstad: bovendien geeft het een interessante inkijk hoe men de stad Berlijn beschouwde, haar beschreef en verbeeldde. Reisgidsen zijn dus belangrijke bronnen in het onderzoek naar de stad.
James Hobrecht
Het uitbreidingsplan van ingenieur James Hobrecht (1862) heeft gediend om het onderzoeksgebied af te bakenen: hierbinnen heb ik verschillende plekken aangewezen die het verhaal van de openbare ruimte dienen te vertellen. In Deel I, Unter den Linden dat de openbare behandelt tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (1939) zijn dit vanzelfsprekend de flaneerboulevard Unter den Linden zelf, Forum Fridericianum (vandaag: Bebelplatz), Tiergarten, Gendarmenmarkt, Konigsplatz (vandaag: Platz der Republik), Lustgarten, Friedrichstrasse, Kurfurstendamm en Alexanderplatz.
Deel II, De Muur behandelt de periode van na de Tweede Wereldoorlog tot de Wende (1945-1989). Hierin wordt een reis gemaakt naar zowel Oost- als West-Berlijn. Aan de Oostkant zijn dit onder andere: Stalinallee (vandaag: Karl-Marx-Allee), Marxengelsplatz (Schlossplatz), Leninplatz (Platz der Vereinten Nationen) en het Nikolaiviertel. Aan de Westkant worden onder andere het Hansaviertel, de Kurfurstendamm, Chamissoplatz en de Pragerplatz aangedaan.
Unter den Linden
“Ja, das sind die berühmten Linden, wovon Sie soviel gehört haben. Mich durchschauert’s, wenn ich denke: Auf dieser Stelle hat vielleicht Lessing gestanden, unter diesen Bäumen war der Lieblingsspaziergang so vieler großer Männer, die in Berlin gelebt […]. Aber ist die Gegenwart nicht auch herrlich? Es ist just zwölf und die Spaziergangszeit der schönen Welt. Die geputzte Menge treibt sich die Linden auf und ab.”
In 1822 schreef de dichter Heinrich Heine (1797-1856) zijn ‘Briefe aus Berlin’. Op dat moment was er in zijn ogen geen imposantere aanblik dan vanaf de Hundebrücke uitkijkend naar ‘de Linden’, waar prachtgebouw aan prachtgebouw stond. In de achttiende eeuw groeide deze straat uit tot het centrum van de gegoede burgerij, waar het openbare leven van Berlijn ontstond. Op zondag werden hier tochtjes in de koets gemaakt. Er werd geflaneerd, onder de lindebomen.
Een verhaal over de openbare ruimte van Berlijn kan maar op een plek beginnen; daar waar duizend liederen en marsen hebben geklonken, waar duizenden bekende én minder bekende voeten zijn getreden. Tot op de dag van vandaag is de straat als belangrijke typologie in de stad aanwezig. Tegelijkertijd kennen ‘de Linden’ vele gezichten: prachtstraat, flaneermijl en via triumphalis. Eigenlijk is zij alles in één. In Het eerste deel van mijn scriptie speelt zij steeds een andere rol, terwijl we met andere plekken én periodes in aanraking komen.
Der Himmel Über Berlin (1987)
“Ik kan Potsdamer Platz niet vinden”, verzucht de oude man, terwijl hij zich in de leegte bevindt. In de wereldberoemde film Himmel Über Berlin, is hij door een engel meegenomen naar een landschap als uit een droom. Met een zweefbaan, zo lijkt het, en een muur zonder einde. Uiteindelijk ploft de oude man, vermoeid van de tocht en van het veelbewogen leven, in een stoel waar vroeger het verkeer voorbij zou hebben geraasd. Het leven in West-Berlijn ging echter door, en de muur was daar een onderdeel van geworden. Schijnbaar achteloos jogt een jonge vrouw erlangs, zo zien we in de film uit 1987 van regisseur Wim Wenders, alsof het de normaalste zaak van de wereld is.
In 1987 maakte de Muur al 26 jaar onderdeel uit van de West-Berlijnse realiteit. Een structuur die dwars door het stedelijk weefsel sneed, en daarbij Residualraume creëerde, rafelranden en restruimten: periferie midden in de stad. Het grootste uitgestrekte ‘niemandsland’ bevond zich rondom het voormalige Potsdamer Platz. Dit plein was na de oorlog nooit herbouwd, en nadat er aanvankelijk nog grensverkeer had plaatsgevonden, ontstond er na de bouw van de muur en de definitieve sloop van het oude station, een Mauerbiotop. Mauerbiotopen als deze bevatten soms wel 1.300 plantensoorten, en ook huppelden er konijnen rond. Bovendien kampeerden er soms hele woonwagenkampen van theater- en circusartiesten (zoals in de film ook te zien is: een van de engelen wordt immers verliefd op een trapeze-artieste), werden er in het weekend Flohmarkten gehouden of jeux-de-boule gespeeld. Eind jaren tachtig vond er op het terrein de zogenaamde Polenmarkt plaats. Een vaste inrichting ontstond echter niet: alleen de uitkijkplatforms bleven staan. Verder was er leegte.